Wi-Fi HaLow in Nederland: veelbelovend, maar beperkt door regels én praktijk

Heb je weleens gehoord van Wi-Fi HaLow? Deze technologie belooft het internet der dingen (IoT) flink op te schudden. Bij Wi-Fi denken we meestal aan bereik binnen een paar muren, maar HaLow heeft heel andere ambities. Hoe werkt het, en waarom valt het in Nederland in de praktijk tegen?

De belofte: bruikbare bandbreedte over lange afstand

HaLow wil afstanden tot ongeveer 1 kilometer overbruggen en daarbij nog bruikbare bandbreedte bieden. Andere IoT-protocollen voor lange afstand, zoals LoRaWAN, kunnen maar heel kleine hoeveelheden data versturen. HaLow haalt veel hogere snelheden, zij het niet de snelheden van gewone Wi-Fi: realistisch gaat het om enkele Mbit/s, en op grotere afstand minder. Dat is genoeg voor zwaardere toepassingen, zoals livebeelden van beveiligingscamera’s op boerderijen en industrieterreinen.

De kracht van lage frequenties

Dat bereik komt door de frequentieband: de sub-GHz-band rond 863–868 MHz in Europa. Lage frequenties hebben een langere golflengte, dus het signaal reikt met hetzelfde vermogen verder. Ook dringt het in theorie beter door muren, glas en vegetatie dan 2,4 GHz of 5 GHz. Denk maar eens aan dat zwart Golfje dat door de straat rijdt met de muziek lekker hard; je vooral hoort vooral de bassen voorbij komen. Daarom zijn die lage frequenties zo interessant.

De Nederlandse (/Europese) realiteit

Op papier is de techniek ideaal, maar de regels laten weinig ruimte. De kaders worden grotendeels op Europees niveau bepaald (ETSI en CEPT). Nederland voert ze uit via het Nationaal Frequentieplan, en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht.

De vergunningsvrije ruimte in Europa is erg krap: ongeveer 5 MHz, tegenover 26 MHz in de VS (902–928 MHz). Daardoor kan HaLow hier alleen met smalle kanalen van 1 of 2 MHz werken, wat de snelheid beperkt. Daarbovenop gelden strenge regels voor zendvermogen en duty cycle (de maximale tijd dat een apparaat mag zenden). Dit is geen specifiek Nederlands probleem, maar Nederland zit er wel aan vast.

Een markt in de kinderschoenen

Daarnaast is de markt nog jong. Er zijn weinig leveranciers van kant-en-klare HaLow-apparatuur. Er komen wel steeds meer chipsets en modules bij, onder andere van Morse Micro en Newracom, dus dit beeld kan snel veranderen.

De praktijktest: indoor valt tegen

Praktijkervaringen laten een hardere werkelijkheid zien. Een test met Morse Micro (MM8108-EKH19) in eigen omgeving hield de verbinding van indoor naar indoor al na zo’n 100 meter op. Obstakels, bebouwing en demping eten het bereik snel op. Uiteraard verschillen de resultaten verschillen per chipset en antenne.

Conclusie: een niche-oplossing

Strenge regels, een jonge markt en tegenvallend bereik bij elkaar maken dat HaLow in Nederland vooralsnog een niche-oplossing is. Waar het wél goed kan werken, is buiten met zicht op de zender (free line of sight), bijvoorbeeld op landbouwgrond. Voor andere toepassingen is er in Nederland een goed alternatief: LTE-M en NB-IoT, die al landelijk beschikbaar zijn. Maar, daar heb je dan wel een telecomprovider voor nodig.

Wat denk jij? Heeft sub-GHz Wi-Fi in een dichtbebouwd land als Nederland nog een toekomst, of moeten we dit soort toepassingen overlaten aan LTE-M, NB-IoT en LoRaWAN?

Reageren op deze rubriek kan via deze link.

Heb je na aanleiding van dit artikel een innovatief idee? Neem dan contact met ons op via ons contactformulier.